De vrijwilligersvergoeding

Vrijwilligers ontvangen geen loon voor hun vrijwilligerswerk, maar ze mogen wel vergoed worden voor de kosten die ze gemaakt hebben.
Deze kostenvergoeding is niet fiscaal aftrekbaar, maar wel vrijgesteld van sociale bijdragen en van belastingen.

Er kan gekozen worden voor:

Geen vergoeding voor de vrijwilligersactiviteit.

Een forfaitaire kostenvergoeding 

De forfaitaire kostenvergoeding mag per vrijwilliger maximaal € 35,41 per dag en € 1.416,16 per jaar bedragen (bedragen 2021).

Een forfaitaire vergoeding gecombineerd met een kilometervergoeding (max 2000 km per jaar). 

Het plafond bestaat echter niet voor vrijwilligers die het regelmatig vervoeren van kwetsbare personen als activiteit hebben. Zij hebben geen beperking op de cumul van kostenvergoeding en kilometervergoeding. Zij kunnen al hun trajecten in het kader van hun vrijwilligerswerk volledig terugbetaald krijgen. Ze moeten wel bewijzen dat het effectief gaat om kilometers gemaakt voor het vervoer van personen, bijvoorbeeld met een logboek.

Wagen, moto, bromfiets: vanaf 1 juli 2020 bedraagt de kilometervergoeding maximaal 0,3542 euro per kilometer. Dit bedrag blijft van toepassing tot 30 juni 2021 en is fiscaal vrijgesteld. 

Fiets: de fietsvergoeding is fiscaal vrijgesteld tot een maximum van € 0,24 per kilometer.

Openbaar vervoer: aan de hand van het vervoersbewijs kan het volledige bedrag terugbetaald worden.

De maximum bedragen kunnen elk jaar wijzigen.

De kosten voor de administratie en de verzekering

Deze kosten voor administratie en verzekering worden maandelijks aangerekend bij het opstellen van de factuur.

Er wordt een kost van 9,- euro/vrijwilliger/maand aangerekend voor de maanden dat de vrijwilliger wordt ingeschakeld.

Vul de kostennota’s waarheidsgetrouw in, anders riskeer je dat deze bij controles niet aanvaard worden!

Budgethouders kunnen de factuur met het PVB (persoonsvolgend budget) betalen en inbrengen als bewijsstuk bij het VAPH. Er is geen beperking op het inschakelen van vrijwilligers.

Voorwaarden om vrijwilligerswerk te doen

Minderjarigen kunnen vrijwilligerswerk doen

  • vanaf 15 jaar indien ze de eerste 2 studiejaren van het secundair onderwijs hebben doorlopen
  • vanaf 16 jaar

Bijkomend geldt voor minderjarigen dat:

  • ze een machtiging nodig hebben van hun ouders/voogd

Men mag niet werknemer en vrijwilliger zijn voor gelijkaardige taken bij dezelfde opdrachtgever (budgethouder).

Een vrijwilliger die een uitkering ontvangt van de RVA zal de vrijwillige activiteit vooraf schriftelijk moeten melden aan de RVA. Het gaat om werklozen, bruggepensioneerden en iedereen die een bedrag van de RVA ontvangt.

Wil men vrijwilligerswerk doen terwijl men geniet van een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan moet men de schriftelijke toestemming krijgen van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds. De adviserende geneesheer oordeelt dan of het vrijwilligerswerk verenigbaar is met de algemene gezondheidstoestand van de kandidaat-vrijwilliger.

Een vrijwilliger die een leefloon ontvangt van het OCMW moet aan zijn/haar dossierbeheerder melden dat hij/zij vrijwilligerswerk zal doen.

Mensen die een uitkering ontvangen voor hulp aan bejaarden mogen vrijwilligerswerk verrichten, zonder aanmelding.

Mensen die genieten van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden mogen vrijwilligerswerk verrichten zonder aanmelding.

Jongeren die recht hebben op een gezinsbijslag (kinderbijslag) mogen vrijwilligerswerk verrichten zonder aanmelding.

Over gepensioneerden, personen met een beperking, mensen met een uitkering wegens beroepsziekten of arbeidsongeval, of met een invaliditeitsuitkering zegt de wet niets. Zij mogen vrijwilligerswerk verrichten zonder aanmelding.